Antwoorden van de heer Bot, minister van Buitenlandse Zaken,
en mevrouw Van Ardenne-van der Hoeven, minister voor Ontwikkelingssamenwerking,
op vragen van de leden Ferrier (CDA), Van der Staaij (SGP), Van Bommel
(SP) en Huizinga-Heringa (ChristenUnie) over vervolging van christenen
in Eritrea.
23 februari 2006
Vraag 1
Kunt u in aanvulling op de beantwoording van de eerdere schriftelijke
vragen 1) inzake de voortdurende vervolging van christenen in Eritrea,
aangeven wanneer het beslismoment plaatsvindt waarop wordt beoordeeld
of Eritrea al dan niet voldoet aan artikel 8 van de Cotonou-overeenkomst?
Aan welke consequenties wordt gedacht indien Eritrea hier niet aan
voldoet?
Antwoord
Momenteel vinden gesprekken plaats tussen de EU en de regering van
Eritrea over de volgorde van de onderwerpen en de frequentie van de
bijeenkomsten in het kader van artikel 8 van de Cotonou overeenkomst.
De politieke dialoog tussen de EU en de regering van Eritrea zal in
de eerste helft van 2006 worden voortgezet en geëvalueerd op
basis van de bereikte resultaten. In geval Eritrea niet voldoet aan
de cruciale elementen van artikel 9 van de Cotonou-overeenkomst zal,
op basis van advies van de EU-vertegenwoordigers in Asmara en op voorstel
van de Commissie, door de EU-lidstaten in Brussel met gekwalificeerde
meerderheid besloten worden of artikel 96 van de Cotonou-overeenkomst
in werking zal treden. Artikel 96 schrijft voor dat, op zijn vroegst
30 dagen en op zijn laatst 120 dagen na deze beslissing, overleg met
het partnerland moet plaatsvinden om te bezien of verbetering mogelijk
is. In geval dit vooruitzicht negatief blijkt zullen “appropriate
measures” worden overwogen. Een van de mogelijke maatregelen
is het opschorten van de hulprelatie.
Vraag 2
Heeft de evaluatie die u in uw antwoord op de schriftelijke vragen
d.d. 13 juni 2005 meldde 2) ter verscherping van de politieke dialoog
tussen de Europese Unie en Eritrea welke zou plaats vinden voor het
einde van 2005 in EU-verband, en indien nodig zou leiden tot een heroverweging
van de relatie tussen de EU en Eritrea, inmiddels plaats gevonden?
Zo ja, wat is hiervan de conclusie? Zo neen, waarom niet?
Antwoord
Tijdens het lokale Nederlandse voorzitterschap van de EU is twee maal,
in juli en oktober 2004, in het kader van de politieke dialoog met
de Eritrese autoriteiten gesproken. In 2005 heeft de dialoog tussen
de Europese Unie en de Eritrese regering vertraging opgelopen, met
name vanwege de formulering van politieke en economische ijkpunten
die als basis voor de dialoog zullen dienen. Deze, door lokale EU-vertegenwoordigers
in Asmara opgestelde en door de Eritrese regering goedgekeurde, ijkpunten
werden pas in december 2005 goedgekeurd. De dialoog zal in de eerste
helft van 2006 worden voortgezet en geëvalueerd.
Vraag 3
Bent u bereid om in Europees verband, zowel ten aanzien van het Cotonou-overleg
als ten aanzien van het overleg in EU-verband, zich actief op te stellen
opdat maatregelen genomen worden om de mensenrechtensituatie in Eritrea
te verbeteren?
Antwoord
Ja.
terug